Weihnachtsoratorium (BWV 248) – Johann Sebastian Bach

Het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach is geschreven om te worden uitgevoerd in de periode van Kerst 1734 tot en met Driekoningen 1735. De teksten zijn ontleend aan het Evangelie volgens Lucas en het Evangelie volgens Mattheüs.
Het muziekstuk is strikt genomen geen oratorium omdat het uit zes verschillende delen bestaat. Omdat die delen bij elkaar horen, spreken we toch over het ‘Weihnachtsoratorium’.
Voor het schrijven van dit ‘oratorium’ gebruikte Bach composities uit voorgaande jaren die hij weer opnieuw toepaste in het Weihnachtsoratorium. Hij veranderde een aantal eerder gemaakte wereldlijke cantates en maakte ze geschikt voor het Weihnachtsoratorium. Zo waren er bijvoorbeeld nogal wat feestelijke cantates gemaakt ter ere van het vorstenhuis.
Dat de oratoriumdelen een wereldlijke voorgeschiedenis hadden was geen probleem aangezien het ambt van regerende vorsten door God gegeven was en los stond van het dagelijkse leven. Deze muziek kon dus zonder probleem worden gebruikt voor de Christus-Koning.
De eerste vier delen zijn vooral gebaseerd op drie wereldlijke cantates, het vijfde deel is helemaal origineel en het zesde deel is op een kerkcantate gebaseerd.

Eerste deel: voor de Eerste Kerstdag

Het eerste deel wordt ingeluid door het jubelende ‘Jauchzet Frohlocket’ met pauken en trompetten om zo de geboorte van Jezus te vieren.
Het recitatief, gezongen door de evangelist, vertelt de bekende geschiedenis van Jozef en Maria die naar Judea gingen om zich te laten inschrijven voor een volkstelling.

Tweede deel: voor de Tweede Kerstdag

Het tweede deel begint met een instrumentale pastorale (Sinfonia): de muziek van de herders. In het midden van dit tweede deel zit het koraal ‘Schaut hin! dort liegt im finstern Stall’. Dit koraal heeft Bach in een lage toonzetting geschreven om de nederigheid van de mens uit te drukken. In het slotkoraal van dit tweede deel (‘Wir singen dir in deinem Heer’), gebruikt Bach dezelfde melodie als het eerder gezongen koraal, alleen nu vijf tonen hoger om de stralende verheerlijking duidelijk te maken.

Derde deel: voor de Derde Kerstdag

Dit derde deel gaat over het bezoek van de herders aan Jezus. Dankbaarheid staat centraal.
Het wordt geopend met een feestelijk openingskoor wat aan het eind van dit derde deel herhaald wordt.
Het laatste koraal uit dit deel klinkt als een statement: nu is Christus er echt. Als mens van vlees en bloed. Het wonder van de menswording van God is een feit.

Vierde deel: voor Nieuwjaarsdag

Dit vierde deel gaat over het feest van de naamgeving en de besnijdenis van Jezus.

Vijfde deel: voor de zondag na Nieuwjaar

De wijzen uit het oosten hebben een ster gezien, reizen naar Jeruzalem en spreken met Herodes.

Zesde deel: voor Driekoningen

De wijzen uit het oosten brengen een bezoek aan Jezus. Vol eerbied en bewondering knielen ook zij bij de kribbe. ‘Ich steh an deiner Krippen hier, o Jesulein, mein Leben!’.
Dit slotdeel staat verder in het teken van de victorie. De triomf over de zonde, de dood en de duivel wordt hier uitbundig gevierd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bach hier weer een trompet laat schallen.

 

In verband met de lengte van het Weihnachtsoratorium voeren wij op zaterdag 14 december het eerste, tweede, derde en zesde deel uit.